30.09.2021

Onderhoudsgeld voor kind van zelfstandigen

Leestijd: 3 minuten

Elke ouder moet bijdragen tot de onderhouds-, opvoedings-, gezond opleidings- en ontplooiingskosten van zijn of haar kinderen.

 

Principe is dat kinderen recht hebben om de (gemiddelde) levensstandaard van hun (beide) ouders te delen.

 

Kinderen van vermogende ouders hebben dus recht op een hogere onderhoudsbijdrage dan kinderen van ouders die het moeilijk hebben om elke maand de eindjes aan elkaar te knopen.

Hoe wordt alimentatie berekend?

Om het bedrag van het onderhoudsgeld vast te stellen moet het bedrag worden berekend van de totale inkomsten en van de kosten voor het kind.

 

De wet bepaalt enkel dat beide ouders moeten bijdragen in de gewone en buitengewone kosten, en dit "naar evenredigheid van hun aandeel in de samengevoegde middelen". Met andere woorden: de ene ouder die meer middelen heeft, moet dus meer bijdragen dan de andere ouder met minder middelen.

 

Waar wordt alimentatie op gebaseerd?

Bij de berekening van het onderhoudsgeld voor de kinderen wordt onder meer rekening gehouden met:

  • De leeftijd van de kinderen
  • De verblijfsregeling
  • Het groeipakket (het vroegere kindergeld)
  • De kosten van de kinderen
  • Het inkomen van de beide ouders

Eén van de belangrijkste elementen voor het bepalen van het onderhoudsgeld is het inkomen van de ouders. Het inkomen bestaat niet alleen uit de inkomsten van beroepsactiviteit, maar ook van roerende en onroerende goederen en voordelen en anderen middelen die de levensstandaard van de ouders en de kinderen verzekeren.

 

(*) De rechter is verplicht om bij zijn vonnis, waarin het onderhoudsbijdrage voor de kinderen wordt vastgelegd, zijn beslissing te motiveren op basis van 8 parameters. Wanneer jullie zelf een voorstel opmaken dien je daar dus ook rekening mee te houden:

  1. De aard en het bedrag van de middelen van iedere ouder (de som van de beroeps-, roerende en onroerende inkomsten plus eventuele voordelen in nature)

  2. De gewone kosten waaruit het budget voor het kind is samengesteld (niet enkel een som, maar ook men tot die som komt)

  3. De aard van de buitengewone kosten die in acht genomen kunnen worden (zie hiervoor de lijst van de buitengewone kosten,  Koninklijk Besluit van 22 april 2019)

  4. De verblijfsregeling van het kind en de bijdrage in natura door iedere ouder (de verblijfsregeling bij beide ouders moet beschreven zijn en welke bijdrage in natura elke ouder hiervoor levert)

  5. Het bedrag van het groeipakket (vroeger: kinderbijslag)  en andere sociale en fiscale voordelen (bv. studiebeurs, belastingsvoordeel voor de ouders bij wie het kind is ingeschreven, ...)

  6. De inkomsten die elk van de ouders ontvangt uit het genot van de goederen van het kind (zelden, maar bv. na een schenking op naam van de kleinkinderen)

  7. Het aandeel van iedere ouder in de tenlasteneming van de kosten die voortvloeien uit hun onderhoudsplicht  (is eigenlijk het bedrag van de onderhoudsbijdrage op zich - is niet echt een parameter)

  8. De bijzondere omstandigheden van de zaak (specifieke elementen voor dat bepaalde gezin

Beide ouders zijn werknemers

Als beide ouders werknemer zijn, dan is het eenvoudig: de rechter baseert zich op de gegevens uit het meest recente aanslagbiljet van de personenbelasting om te bepalen hoeveel de ouders verdienen.

 

Er wordt niet alleen gekeken naar wat men effectief verdient, maar ook naar wat men zou kunnen verdienen: het zogenaamd verdienvermogen. Iemand die bewust halftijds gaat werken om zo van een (hoge) onderhoudsverplichting af te geraken zal daar niet in slagen.

 

Familierechters bekijken wat iemand van dezelfde leeftijd, diploma en ervaring zou kunnen verdienen.

 

Zelfstandig statuut en alimentatie

Wanneer één van de ouders zelfstandige of zaakvoerder van een vennootschap is, is het al een heel stuk moeilijker.

 

Een ouder met een eenmanszaak

 

Een ouder met een eenmanszaak kan immers zijn of haar inkomsten drukken door heel wat beroepskosten in te brengen.

Zo kunnen vaak kosten die eigenlijk grotendeel “privé-kosten” zijn als beroepskosten worden aangegeven. Denken we maar aan (een deel) van de kosten voor elektriciteit, water, telefonie, enz…

 

Er zal dus moeten gekeken worden of deze kosten ook effectief beroepskosten zijn en geen kosten die niets te maken hebben met de uitoefening van de zelfstandige activiteit. Mogelijks worden er ook officieuze inkomsten gegenereerd.

 

Is één van de ouders dus zelfstandige (eenmanszaak), dan zal de familierechter de nodige boekhoudkundige stukken opvragen en wordt onderzocht:

  • Wat is de omzet en wat is de winst?
  • Wat zijn de voordelen die de ouder als zelfstandige geniet: betaalt de  eenmanszaak ook zijn nutsvoorzieningen, de wagen, de gsm, …?

Een ouder die zaakvoerder is van een vennootschap

 

Wanneer één van de ouders een zaakvoerder is van een vennootschap en zijn beroepsbezigheid via deze vennootschap organiseert, dan is het bepalen van het verdienvermogen nog moeilijker.

De zaakvoerder van de vennootschap kan immers de winsten van de vennootschap reserveren in plaats van ze aan zichzelf uit te keren. Op die manier bekomt men een minder hoog inkomen.

 

Bij het bepalen van de onderhoudsbijdrage kan echter rekening worden gehouden met de gereserveerde winsten of reserves in zijn eigen vennootschap. Een reserve binnen een vennootschap die geen specifiek investeringsdoel heeft (en dus enkel een “oppotfunctie” heeft) of een werkelijke liquidatiereserve is, is immers een virtueel hoger loon.

 

Hiermee moet dan rekening gehouden worden bij de bepaling van de onderhoudsbijdrage.

 

Om deze reden zal de familierechtbank dan ook eisen dat de jaarrekeningen en de grootboekrekeningen van de vennootschap worden bijgebracht. Zo kunnen deze reserves nagegaan worden, kan bekeken worden welke voordelen in natura de zaakvoerder geniet en hoe zijn rekening-courant in elkaar zit.

 

Uiteraard kunnen wij helpen om te kijken waar de zwakke plekken zitten of wat een realistische vordering zou zijn. De familierechter die op basis van de boekhouding te weinig duidelijkheid krijgt, kijkt ook weer hier naar het verdienvermogen en zal zich de vraag stellen wat de zelfstandige ouder eventueel zou verdienen mocht hij een gelijkaardige functie als werknemer uitoefenen.

 

Het is zelfs mogelijk dat de rechtbank een deskundige/ account / revisor aanstelt om het verdienvermogen te bepalen. Het is dus uiterst belangrijk om u hierbij te laten bijstaan. Eventueel zullen wij samen met u of uw accountant onze standpunt en strategie bepalen.

 

Juridisch advies alimentatie

Ben je op zoek naar juridisch advies over alimentatie? Contacteer meester Stijn Braeye vrijblijvend en beroep op zijn kennis en expertise in familierecht. Zijn jarenlange ervaring zorgt niet alleen voor een vlot verloop, maar eveneens voor een luisterend oor en een vaak praktische benadering van problemen zodat u tot een bevredigend resultaat komt.

 

Aarzel niet om meester Braeye te contacteren voor een eerste vrijblijvende consultatie. Contacteer hem rechtstreeks op het nummer 051 25 25 04 of stuur gerust een mailtje naar braeye@vbadvocaten.be.

 

Kernexpertises — Onderhoudsgeld voor kind van zelfstandigen

Kernexpertises